T, D of DT? (tegenw.tijd)

    Tegenwoordige tijd

Schrijf je dat nu met een t of een d?

Er is een ezelsbruggetje:
 

Neem de stam van een werkwoord (de ik-vorm)
 
(lopen = loop, vinden = vind, belanden = beland, worden = word)
 
Voeg een t toe (stam + t) als u die hoort bij het werkwoord lopen:

Ik loop                        = ik vind, ik beland, ik word, ik verhuis, ik zing

Loop jij?                     = vind jij? word  jij? verhuis jij? zing jij?

Het loopt                    = het gebeurt, het wordt

Hij(zij/u) loopt = hij vindt,  hij belandt, hij wordt, verhuist, zingt