Engelse werkwoorden

• Engelse werkwoorden vervoegen alsof het Nederlandse woorden zijn:

Stressen, streste, gestrest
Faxen, faxte, gefaxt
Finishen, finishte, gefinisht
Scoren, scoorde, gescoord
 
• De (Engelse) e blijft staan wanneer er een onuitspreekbaar woord ontstaat:

Saven, savede, gesaved

 

• Streepje tussen voorvoegsel en afkortingsletter:

e-mailen, e-mailde, ge-e-maild
 

• Samengestelde woorden uit het Engels schrijft u aan elkaar:
 
Accountmanager, businessclass, callcenter, online

 

• Tweedelige samenstellingen met een Engels deel schrijft u aan elkaar:

Pilotproject, humanresourcesafdeling

 

• In Engelse gelegenheidsontleningen wel spaties:

Electronic data processing