De tussen -n
• Bij meervoud – en van eerste woorddeel plaatst u een n tussen de woorden:
Krant – kranten krantenbericht
Paard – paarden paardenbloem
• Bij meervoud op -es schrijft u geen tussen n:
Horloge – horloges horlogemaker
Asperge – asperges aspergesoep
• Bij meervoud op –en of – es schrijft u geen tussen n:
Gedachte – gedachten/gedachtes gedachtesprong
Akte – akten/aktes aktetas
• 3 uitzonderingen, nooit tussen n:
• Als het eerste deel een unieke persoon of zaak is: Koninginnedag
• Als een bijvoeglijk naamwoord een verstekend eerste deel heeft:
reuzeleuk
• Als het een versteende samenstelling “schijnsamenstelling” is:
schattebout, bolleboos